Piglets

Gepubliceerd op 30 oktober 2018

Varkensindustrie richt pijlen op zeugensterfte

De varkensindustrie is altijd op zoek naar manieren om meer voor minder te krijgen voor belangrijke maatstaven als het aantal tomen, het totaal geboren aantal biggen en het aantal gespeende biggen. 

Soms richten sommige bedrijven zich door dit 'meer is minder'-principe op het verlagen van een andere belangrijke prestatie-indicator: zeugensterfte.

In Noord-Amerika is de zeugensterfte de afgelopen jaren een veel groter probleem geworden

Ernie Meyer
Operations Manager – USA, Hypor

Verloren zeugen = gemiste kansen

Hoewel de zeugensterfte in Noord-Amerika vele jaren 5 – 8 procent bedroeg, is dat cijfer door vruchtbaardere dieren bijna verdubbeld. Uit sommige statistieken blijkt een zeugensterfte van gemiddeld 10 -12 procent, met uitschieters van 14 -17 procent voor sommige individuele varkensfokkerijen. Zelfs 10 procent betekent een grote gemiste kans voor een fokkerij met 5000 zeugen.

Dit is natuurlijk niet alleen een Noord-Amerikaans probleem. In Europa is de zeugensterfte gestegen van slechts 3 procent drie decennia geleden tot op dit moment 8 – 9 procent in Spanje, 10 procent in andere Europese landen en enkele meldingen van 15 procent in Denemarken.

Het is geen verrassing dat het sterftecijfer direct van invloed is op de winst. Door de zeugensterfte neemt het aantal niet-productieve dagen op het bedrijf toe, daalt het fokpercentage en stijgen de productiekosten per gespeende big.

“Hoeveel een dode zeug kost, is afhankelijk van de timing”, vertelt José Ángel Pedrido Rey, Customer Services Manager – Spain and Portugal bij Hypor. “Als een zeug overlijdt tijdens de dracht, heeft u haar elke dag gevoerd en onderdak gegeven en kunt u deze kosten niet terugverdienen, omdat u haar biggen niet kunt verkopen. Hoe later tijdens de dracht de zeug overlijdt, des te meer geld u verliest. Afhankelijk van het land kan het zijn dat varkenshouders ook een verwijderingsbijdrage voor de zeug moeten betalen en deze kosten moeten bij de kosten van vervangende gelten worden opgeteld als de werkelijke economische gevolgen van de zeugensterfte worden vastgesteld.”

Daarnaast kunnen er 'reputatiekosten' verbonden zijn aan een hoge zeugensterfte, in de zin van gevolgen voor de perceptie van de consument die uiteindelijk kunnen leiden tot een lagere varkensvleesconsumptie.

Gelukkig heeft Hypor het antwoord op de vraag hoe de zeugensterfte laag kan worden gehouden.

Een evenwichtige aanpak is goed voor uw balans

“De Libra* heeft een zeugensterfte van 5 -7 procent, omdat we niet op slechts één eigenschap selecteren”, zegt Meyer. “Sommige bedrijven leggen veel nadruk op een bepaalde eigenschap, zoals levend geboren, en als u alleen daarop selecteert, krijgt u deze eigenschap uiteindelijk. Gedurende het proces moet u echter ook iets opgeven. Door onze evenwichtige aanpak van eigenschappenselectie kunnen wij zeugen met een uitstekende levensduur bieden in combinatie met grotere tomen, een betere voerconversie en veel andere elementen.”

Deze gerichtheid op evenwicht geldt voor Hypor aan beide kanten van de oceaan.

“De Hypor Libra* is een evenwichtige zeug”, zegt Pedrido Rey. “Langleefbaarheid is voor Hypor een van de belangrijkste aandachtspunten voor fokselectie. Wij produceren zeugen met een lange levensduur op het bedrijf en met de capaciteit om gedurende meer voortplantingscycli sterke productiecijfers te behouden.”

Dit evenwicht is essentieel voor varkenshouders, omdat 'het aantal gespeende biggen per levensduur per vrouwelijk dier' een essentiële post is binnen uw lijst met prestatiemaatstaven. En niet voor niets. Als een zeug tijdens haar levensduur door sterfte minder biggen speent, maakt u minder winst. Vergelijk bijvoorbeeld eens twee zeugen. De ene speent 45 biggen per levensduur en de andere 60. Omdat er per levensduur meer biggen worden gespeend, blijft de zeug langer in de kudde, waardoor het rendement nadat ze als gelt is aangekocht stijgt.

Gelukkig krijgen klanten van Hypor niet te maken met grote verliezen door zeugensterfte.

“Onze klanten hebben geen probleem met zeugensterfte en dat is ook een groot voordeel tijdens een gesprek met potentiële klanten”, zegt Meyer. “We kijken naar hun huidige genetica, het sterftecijfer waarmee ze te maken hebben en vergelijken dat met Hypor. Het resultaat kan vaak helpen bij de beslissing om hun bestaande programma te wijzigen.”

Hetzelfde geldt in Europa, waar Hypor, rekening houdend met uiteenlopende sterftecijfers in de verschillende landen, een sterftecijfer heeft van ongeveer 3 procent onder het Europese gemiddelde.

Winstgevendheid door de gehele keten

Door te kiezen voor de Hypor Libra* vermijden varkenshouders de vele valkuilen die met zeugensterfte samenhangen. Zelfs een dood dier kan worden verkocht en enige winst opleveren, maar dode zeugen leveren u gewoon geen geld op. Tel dat op bij de extra arbeidskosten en de kosten van een vervangend vrouwelijk dier – ongeveer €225 - €260 – en het is duidelijk hoe zeugensterfte dodelijk kan zijn voor uw winst. 

Door te goochelen met cijfers kunnen varkenshouders proberen de financiële gevolgen van zeugensterfte in evenwicht te brengen met andere eigenschappen, zoals het fokpercentage en het aantal biggen dat blijft leven. Als u worstelt met het dilemma op welke eigenschap u zich moet richten en u zich realiseert dat het slecht voor de zaken is om één eigenschap te verkiezen boven alle andere eigenschappen, is het duidelijk wat u te doen staat: Kies de Hypor Libra*.